dinsdag 30 oktober 2012

"Ik begrijp niet waarom het Offerfeest niet erkend wordt als officiële feestdag" Fikry El Azzouzi, Kif Kif

Bron: Kif Kif

"Beste broeder,

Het Offerfeest zit er weer op. De schapen zijn gekeeld. De lever is verteerd en de inboorling stond erbij en keek er hoofdschuddend naar.

GAIA is uit de dood herrezen voor de rechten van het schaap. Elk jaar ratelen ze maar door en door over het onverdoofd slachten. Misschien moeten ze het eens over een andere boeg gooien en pleiten voor beter transport, betere tijdelijke slachtinrichtingen en meer ervaren offeraars. Kleine pasjes maken vaak het verschil.

Ik begrijp niet waarom het Offerfeest en Suikerfeest niet erkend worden als officiële, betaalde feestdagen. Zeker als je het economische plaatje bekijkt. Het Offer- en Suikerfeest zijn doordrongen van het zoete, het lekkere en vooral de massale consumptie. Elk jaar wrijven boeren, bakkers en slagers zich in de handjes voor deze absolute hoogdagen.

Ondertussen blijft het negatieve berichten regenen over onze Economie. En wij, beste broeder, wij moeten die weer stimuleren. Ons steentje bijdragen. Niet langer de kiezel in de schoen zijn. Participatie moet van alle kanten komen. Rechten en plichten, waar we tot vervelens toe mee om de oren worden geslagen.
Per slot van rekening is Economie de moeder aller Goden. De kerk hangt in de touwen, de automobielindustrie aan de vleeshaken en wij zien een opportuniteit.

De Antwerpse bisschop Johan Bonny wil snoeien in de parochies. De een zijn dood is de ander zijn brood. Kunnen we niet wat parochies van hem overnemen? Ik denk dat hij wel een prijsje voor ons zal regelen. Huren, leasen, tijdelijk in bewaring nemen, maakt allemaal niet uit. Desnoods nemen we wat kloosterzusters van hem over. We beloven dat we goed voor de zusters zullen zorgen. We kloppen de mottenballen eraf, maken ze weer lentefris en wie weet kunnen we hen nog uithuwelijken ook. Want als het om geld draait, is iedereen van hetzelfde geloof.

Ik probeer altijd goed na te denken voor ik iets stoms ga zeggen. Maar als je het lijstje van officiële feestdagen bekijkt, dan zie je dat het grotendeels christelijke hoogdagen zijn. Pasen, Pinksteren, Hemelvaartsdag, Allerheiligen en Kerstdag. Er zitten een paar leuke dagen tussen, maar ook wat waardeloze. Is het niet interessant om twee of drie feestdagen af te schaffen die financieel niet zo interessant zijn? Wie weet waarvoor Pinksteren staat? En Hemelvaartsdag? En hoeveel geld valt er uit die dagen te kloppen?

We kunnen beginnen door van het Offerfeest een officiële betaalde feestdag te maken. Ik zou er meteen het Suikerfeest bij doen, en Jom Kipoer. Ik wil zelfs een feestdag ritselen voor atheïsten en betweters. Zouden feestdagen voor Steve Jobs, Etienne Vermeersch en kookprogramma's niet interessant zijn? Wat te denken van een gesponsorde feestdag? Een Coca-Cola-dag of een McDonald's-dag? Ik zie het al helemaal voor mij.

'Moet jij morgen werken?'
'Maar nee, morgen is het toch Dag van de Hamburger?'

Wat denk je? Moeten we niet gaan voor een compromis om iedereen (on)tevreden te stellen? Dit is toch iets dat al langer borrelt? Iedereen zijn op maat gemaakte feestdag zelf kiezen. Kerstmis, Offerfeest, de herdenking van Hugo Claus, Elvis Presley of Gargamel. Er is voor elk wat wils. Of hebben oude tradities diepe wortels?

Vriendelijke groet,
Fikry El Azzouzi"

Bron: Kif Kif

maandag 29 oktober 2012

Tussen Ziel en Zonde 1: Het vrouwelijke lichaam en seksualiteit. Gesprekken over sekse, macht en religie.

Op dinsdagavond 16 oktober presenteerden het expertisecentrum voor islamitische culturen MANA, het kenniscentrum voor gender en etniciteit ella en het Vlaams-Nederlandse deBuren in samenwerking met Atlas het eerste deel van hun lezing- en debatreeks Tussen Ziel en Zonde. Niet alleen het prikkelende thema Het vrouwelijke lichaam en seksualiteit wist redelijk wat mensen naar het Antwerpse Atlascentrum te lokken: de komst van de Brits-Nederlandse schrijfster en columniste Naema Tahir zat hier ook wel voor iets tussen. Tahir staat in Nederland namelijk bekend als een vrijgevochten, kritische moslima. Dit label kreeg ze na haar debuut Een moslima ontsluiert (2005) waarin ze een persoonlijk relaas gaf over haar jeugd in Pakistan en over haar eigen complexe, dubbele identiteit. Dat Tahir –die duidelijk beïnvloed is door het moslimfeminisme– zich samen met gender- en etniciteitsexperte en ella-coördinatrice Chia Longman mocht buigen over de kwesties religie, gender en seksualiteit, was dan ook een geniale zet van de organisatoren. Tel daar nog de Vlaams-Marokkaanse auteur en journaliste Nadia Dala bij als moderator en de avond kon bij voorbaat al niet meer mislukken…

Vrouwelijke vleselijkheid, de drie abrahamitische religies en feminisme.

De avond startte met een videogesprek dat theologen Julien Klener, Rik Torfs en Özcan Hidir over de religieuze kledingvoorschriften binnen de drie abrahamitische religies aan het woord liet. Hierin benadrukten ze alle drie min of meer de diversiteit van de omgang met deze voorschriften binnen elk van deze religies en religieuze culturen, maar wat echt opviel, was het feit dat twee van de drie theologen uitgebreid ingingen op de specifieke kledingvoorschriften voor vrouwelijke gelovigen –een beperking die me als feministe en genderstudies onderzoekster uiteraard meteen intrigeerde.

De toon van de avond was hiermee meteen gezet: blijkbaar waren zowel het jodendom, christendom en de islam steeds uitermate begaan met de vleselijkheid van het menselijke lichaam. En hoewel mannelijke gelovigen ook niet ontsnapt zijn aan strikte kledinggeboden en -voorschriften, werd (en wordt?) toch voornamelijk de vrouw vereenzelvigd met zondigheid, schaamte en de daaropvolgende verplichting van kuisheid. Vooral het vrouwelijke lichaam blijkt dus uit te dagen in z’n erotische vleselijkheid. Daardoor werd het vrouwelijke subject het meest getroffen door religieus-culturele kledingregels. Alsof het lichaam van de vrouw in al z’n seksuele specificiteit diende weggevaagd en vergeten te worden. Dit laatste maakt alvast duidelijk dat de neutraliteit die vaak aan het menselijke lichaam (en aan het subject) toegeschreven wordt, een fictie is. Een fictieve fabel die overigens niet enkel religieus van aard is: de filosofie en cultuur van de Verlichting waarin enkel en alleen de homo (en dus niet de mulier) rationalis een rol in kreeg illustreren dit. Zowel religies als westerse filosofieën worden dus van tijd tot tijd geplaagd door patriarchale ontkenningen van vrouwelijke lichamelijkheid en geteisterd door valse genderneutrale assumpties.

Bovenstaande filosofische reflectie even buiten beschouwing gelaten: wat erg opviel was dat het genderspecifieke perspectief dat tijdens het theologische gesprek naar voren kwam al anticipeerde op Longmans lezing over de waarde van de tzniut, of bescheidenheid binnen het conservatieve en het orthodoxe (chassidische) jodendom. Longman benadrukte namelijk dat de tzniut en de kledingvoorschriften die er mee gepaard gaan, ten dele gelinkt kunnen worden aan patriarchale machtsuitoefening over het vrouwelijke lichaam, maar dat de gradaties en strengheid van dit gebod wel verschilt per religieuze joodse strekking. Wat vooral opviel tijdens deze introducerende lezing, was dat Longman dit debat rond vrouwelijke kuisheid –want daar draait het uiteindelijk allemaal om– op een heel genuanceerde wijze naar voren bracht. Hoewel ze zichzelf redelijk expliciet identificeerde als een tweede golf feministe, herviel ze niet in een pervertering van de feministische retoriek waarin religieuze vrouwen steeds worden afgeschilderd als slachtoffers van een onderdrukkend patriarchaal religieus-cultureel klimaat. Door te beklemtonen dat de seculiere vrouw ook geconfronteerd wordt met bepaalde verdrukkende schoonheidsnormen en -idealen en het vrouwelijke lichaam in onze huidige samenleving maar al te vaak wordt geobjectiveerd, wist Longman de typische dualistische wij/zij-retoriek te vermijden. Longman onderstreepte later tijdens het debat nogmaals dat de grens tussen vrijheid en onderdrukking voor zowel de religieuze als seculiere vrouw niet zo afgebakend is als we vaak denken: er is zeker ruimte voor speelse subversie in het omgaan met normen en waarden. Zowel het dragen als het niet dragen van een hoofddoek (om maar meteen het meest bediscussieerde symbool van vandaag de dag te gebruiken) kan zodus bevrijdend zijn.

Dit brengt ons naadloos bij Naema Tahirs lezing. Zij gaf ons een uiterst persoonlijk en feministisch getint relaas over Pakistaans-islamitische vrouwelijke kledingvoorschriften. Tahir was zich overigens zeer bewust van het feit dat de hoofddoek tegenwoordig als een “hot lapje stof” gezien wordt en het hele debat errond behoorlijk overgemediatiseerd is. Maar door het te hebben over haar eigen wisselende ervaringen met het dragen van een hoofddoek in al z’n varianten, slaagde ze er in om de typische sensationele retoriek waarin dit symbool momenteel verankerd is, te vermijden. Net omdat ze ons een persoonlijk inzicht verleende in de complexe materie van diverse islamitische kledingvoorschriften, was Tahirs verhaal over haar jeugd in Groot-Brittannië, Nederland en Pakistan verhelderd en meeslepend. Hoewel Tahir in haar columns en interviews vaak provocerende standpunten inneemt, bleef de toon van haar lezing genuanceerd. Zo accentueerde ze bijvoorbeeld dat het dragen van een hoofddoek niet enkel ter controle, maar ook ter bescherming van de vrouw kan dienen en dat moslima’s met hoofddoek ook best geëmancipeerd kunnen zijn.

Tahirs betoog had dus ook een feministische inslag. Ze kwam namelijk vaak terug op de zichtbare ongelijkheid tussen Pakistaanse mannen en vrouwen, een fenomeen dat zich onder meer uit in meer soepele kledingnormen voor mannen. Daarnaast leek ze, net zoals Longman, te suggereren dat de voorschriften voor vrouwen patriarchaal getint zijn: aangezien de mannelijke seksualiteit in de drie monotheïstische religies als oncontroleerbaar en excessief gezien wordt, lijken de vrouwelijke kledings- en kuisheidsnormen voornamelijk aan de hand van een masculien perspectief geconstrueerd te zijn. Wat uiteraard niet betekent dat er in het betoog van Tahir geen ruimte voor keuzevrijheid zou zijn, integendeel. Tahirs feministische gedachtegoed kan juist de soms paradoxale betekenisgeving aan de hoofddoek in al zijn aspecten incorporeren: naargelang de context en de interpretatie, kunnen de hoofddoek en alle andere religieuze vrouwelijke kledingvoorschriften bevrijdend, onderdrukkend, of beide tegelijkertijd zijn. Dit genuanceerde feministische perspectief zette alvast de toon voor het debat dat door Dala gemodereerd werd.

Negotiëren met het patriarchaat. Enkele kritische slotbeschouwingen bij het debat.

Wat vooral opviel tijdens het eigenlijke debat was dat beide spreeksters het grotendeels met elkaar eens waren, waarschijnlijk omdat hun feministisch beïnvloedde posities redelijk verwant zijn. Daardoor werd het debat nooit echt spannend, en een ander klein minpunt had te maken met het feit dat er voornamelijk werd ingaan op de positie van de vrouw binnen de islam, wat wel wat beperkend overkwam. Anderzijds moet men ook wel erkennen dat de genuanceerdheid van zowel Longman, Tahir als Dala ervoor zorgde dat ze niet in de typische valkuil van monolithisering of homogenisering hervielen: de essentialistische en veralgemenende categorieën van ‘de’ vrouw en ‘de’ moslima werden ook tijdens het debat gemeden, wat toch wel verfrissend kan worden genoemd in vergelijking met de gangbare mediarepresentatie van vrouwen en moslima’s in het bijzonder.

Hoewel het debat dus soms wat vurigheid mistte, waren Dala’s begeleidende vragen behoorlijk diepzinnig en zelfs provocatief. Onderwerpen zoals de emancipatie van moslima’s; de diverse culturele, religieuze en politieke betekenissen van de hoofddoek; de mogelijke parallellen tussen religieus geklede christelijke, joodse en moslimvrouwen en de eventuele biologisch-evolutionaire achtergrond van religieuze kledingvoorschriften voor vrouwen, kwamen voorbij. Deze laatste kwestie kwam weliswaar redelijk problematisch over omdat ze gebaseerd leek te zijn op een biologisch determinisme dat misschien wel centraal staat in de evolutionaire biologie en psychologie, maar dat nu niet meteen overeenkomt met het feministische gedachtegoed waarin ongedetermineerdheid en verandering de belangrijkste rol spelen. Niettemin lokten de andere vragen bij de spreeksters toch erg interessante antwoorden uit. Vooral de vragen rond emancipatie en vrouwelijke seksualiteit verdienen het om nog wat verder uitgediept te worden.

Zo knoopte Dala’s stelling dat religieuze (en religieus geklede) moslima’s niet noodzakelijk als slachtoffers hoeven gezien te worden mooi aan bij de feministische betogen van Longman en Tahir. Zij bepleitten dat alle vrouwen uiteindelijk verwikkeld zijn in constante negotiatie met patriarchale normen, waarden en assumpties. Alleen had men tijdens dit debat nog meer kunnen ingaan op het feit dat er in het huidige Vlaamse (en ook Nederlandse) rechtse klimaat net wél een victimiseringsretoriek de ronde doet, waarmee de zogenaamde premoderniteit van religieuze culturen geaccentueerd wordt en de huidige polarisering aangescherpt wordt. En zoals Chia Longman het ook aanhaalde wordt daarbij handig gebruikt gemaakt van een geperverteerd vrouwenrechtendiscours om het zogezegde onderdrukkende karakter van religieuze culturen extra in de verf te zetten –terwijl de seculiere maatschappijen toch ook nog niet echt een concreet gerealiseerde gendergelijkheid kennen.

Dit brengt ons bij een afrondende kritische bedenking: twee andere punten waar gedeeltelijk aandacht aan besteed werden tijdens het debat, maar nog meer reflectie behoeven, zijn de kwesties van mannelijke seksualiteit en sex en slut shaming, of het maatschappelijk afkeuren van alles wat met (vrouwelijke) seksualiteit te maken heeft. Deze laatste kwestie werd wel sporadisch aangehaald door te suggereren dat het vrouwelijke lichaam in monotheïstische religies veelal gekoppeld wordt aan schaamte en zonde, maar een cultureel-filosofische analyse van dit fenomeen zou pas echt interessant zijn. Ook de evolutie van de religieus-culturele trend van sex shaming naar de huidige maastchappelijke trend waarin het lichaam volledig blootgegeven dient te worden, maar waarin het vrouwelijke subject ironisch genoeg nog steeds te kampen heeft met slut shaming, zou een boeiend onderzoeksobject zijn. Maar dit kon uiteraard onmogelijk uitgewerkt worden in de beperkte context van een debat.

Het andere punt, namelijk het mannelijke lichaam en mannelijke seksualiteit, werden wel concreet onder de loep genomen door de twee spreeksters, de moderator en het publiek. Alleen ging men enkel in op de verschillende religieuze kledingregels voor mannen en bracht men de normativiteit van deze regels niet ter sprake. Zijn er dan binnen deze monotheïstische religies geen dwingende masculiniteitsnormen waaraan mannen moeten voldoen om geaccepteerd te worden als (religieus) subject? Worden ook zij niet getroffen door de duidelijk patriarchale kern van deze religies? En zijn zij –net zoals (religieuze) vrouwen– als subject niet gevangen tussen een onbegrensde keuzevrijheid en beperkende dwang? Ook aangaande deze kwesties zou men dus moeten oppassen om niet te hervallen in een victimiseringsbetoog waarin de man enkel de eenzijdige positie van onderdrukker toebedeeld zou krijgen: de rol van het mannelijke religieuze subject is heus heel wat genuanceerder.

Vandaar dat de spreeksters en moderator aan het einde van hun discussie ook concludeerden dat er gerust nog een extra debat zou georganiseerd mogen worden rond de thema’s van het mannelijke lichaam, mannelijke seksualiteit en religie –iets wat wij alvast graag zien gebeuren, zodat ook de rol van het mannelijke religieuze subject kan opgeklaard worden.

Dit deel van de lezing- en debatreeks vond plaats in Atlas, Huis van Diversiteit en Inburgering in Antwerpen. De twee volgende delen worden achtereenvolgens georganiseerd Daarkom, Vlaams-Marokkaans Culturenhuis in Brussel en De Centrale, Intercultureel centrum in Gent op respectievelijk 21 november en 11 december.

Lees het verslag van deze avond ook na op www.kifkif.be

woensdag 3 oktober 2012

Dr. Mohamed Ghaly - Profetische Geneeskunde

Op zondag 15 april organiseerde MANAvzw samen met Al Markaz een lezing over Al 'aqlu salim fil djismi salim; oftewel een gezonde geest in een gezond lichaam. Het evenwicht tussen geest en lichaam is immers een centrale notie in het islamitisch denken. Vooral de weg van de i'tidal of de matiging is aangewezen om deze balans te bereiken.

Dr. Mohamed Ghaly: universitair docent Islamitisch Recht en Ethiek verbonden aan de Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden nam er het woord. Hieronder kan je zijn lezing bekijken.




dinsdag 28 augustus 2012

Het Suikerfeest binnenkort als Belgische feestdag? (Knack, 20/08/2012)

Indiase moslims vieren het Suikerfeest. © AFP
Het islamitische Suikerfeest duurt drie dagen. Het einde van de ramadan wordt druk gevierd. Tijd voor een officiële feestdag?

Moslims vieren de tweede en derde dag van het Suikerfeest, door hen ook wel het ramadanfeest genoemd. Ze vieren het einde van de ramadan vooral door de hele familie te bezoeken, maar niet iedereen heeft daar de tijd voor. Daarom heeft de Duitse stad Hamburg beslist om islamitische feestdagen officieel te erkennen. In België vraagt de moslimgemeenschap er niet om, al zou het vanuit een pragmatisch standpunt welkom zijn.

Meryem Kanmaz: ‘Een officieuze feestdag’

Meryem Kanmaz, inhoudelijk expert van het expertisecentrum voor islamitische studies Mana vzw, ziet inderdaad een vraag vanuit de moslimgemeenschap. “Op een islamitische feestdag zoals het Suikerfeest en het Offerfeest blijven in zogenaamde ‘zwarte’ scholen de schoolbanken soms leeg. Veel werknemers nemen ook vrij. Het is dus de facto een officieuze feestdag”.

De argumenten voor een feestdag zijn zowel van democratische als pragmatische orde. Een officiële dag houdt rekening met de gelijkheid van erediensten en reguleert de bestaande situatie die vooral op scholen voor wanorde zorgt.

Een debat over hoe die nieuwe feestdagen ingepland zouden moeten worden is volgens Kanmaz nog niet aan de orde. “We moeten zeker niet tornen aan de tien vaste feestdagen,” stelt Kanmaz. Een mogelijkheid is wel het toekennen van twee officieuze feestdagen, zoals het expertisecentrum zelf doet. Moslims kunnen die dan opnemen voor het Suikerfeest en het Offerfeest.

Claude van der Snickt van de FOD Arbeidsreglementering zegt dat de tien wettelijke feestdagen zijn vastgesteld in een KB van 1974. Om ze te veranderen, zou er een nieuw KB moeten komen, maar dat is theorie, aldus van der Snickt. “Wel zijn er akkoorden afgesloten met bepaalde landen (waaronder Marokko, Turkije en Algerije) waardoor werknemers aan hun werkgevers een dag afwezigheid kunnen vragen”. Ze krijgen dan geen loon, maar de vrije dag kan niet worden geweigerd.

Tommy Scholten: ‘Feestdagen worden nog gevierd’

Uit christelijke hoek komt er heel voorzichtige kritiek. Tommy Scholten, woordvoerder van de Bisschoppenconferentie, benadrukt dat de Kerk geen aanmerking kan maken op feestdagen omwille van de scheiding tussen Kerk en Staat. Het feit dat de ramadan niet altijd op dezelfde tijd gevierd wordt, kan wel een probleem worden, aldus Scholten.

Bovendien vieren Belgen de feestdagen nog wel, al dan niet op een christelijke manier. Scholten: “Als er op 15 augustus een processie gevierd wordt, dan zie ik dat er toch nog honderden mensen zijn. Ik denk dat de feestdagen de getijden volgen. Volgens mij is de meerderheid van de mensen uit onze omgevingen toch nog christelijk georiënteerd, ook al gaan ze niet allemaal naar de kerk”.

Twee verschillende tradities

Kanmaz is van mening dat de glijdende data van het Suiker- en Offerfeest geen probleem moeten stellen. “Pasen valt ook elk jaar op een andere dag”. Bovendien is er een kalender die het begin en het einde van de ramadan vast stelt. “Wel is het zo dat de Turken die kalender volgen, maar de Arabische traditie de beslissing van Theologen afwacht. Die moeten eerst de nieuwe maan zien alvorens ze het Suikerfeest afkondigen.” In praktijk komt dit erop neer dat Marokkanen het feest soms een dag vroeger of later vieren.

De islamitische gemeenschap komt niet naar buiten met de vraag om feestdagen. “Dit omwille van de verschillende opvattingen over het bepalen van de datum en omdat er andere prioriteiten zijn, zoals de erkenning van moskeeën”. (LR)


Lees het artikel op knack.be: http://www.knack.be/nieuws/belgie/het-suikerfeest-binnenkort-als-belgische-feestdag/article-4000164966641.htm

donderdag 9 augustus 2012

”Wij roepen op tot een nieuwe interpretatie van de Koran”

In zijn lezing in de Vooruit op 1 februari, verwees Tariq Ramadan naar een nieuw onderzoekscentrum in Qatar waarvan hij één van de oprichters is en waarmee hij meer aandacht wil gaan besteden aan de ethische dimensie van de islam. Met het centrum willen ze oproepen tot een nieuwe interpretatie van de Koran om zo tot een hedendaags islamitisch begrip te komen van onderwerpen als milieu, ethiek en gender. Christoph Dreyer sprak met de adjunct-directeur van het centrum, Jasser Auda.

Eerder dit jaar is de ‘Research Centre for Islamic Legislation and Ethics’, waarvan u de adjunct- directeur bent, gaan samenwerken met de Faculteit islamitische studies van de Qatar Foundation. Waarom is zo’n centrum nodig?
Auda: ”Het idee achter het centrum is vernieuwing. Islamitische wetgeving en ethiek vereisen een vernieuwing vanuit beide kanten: vanuit de kant van de islamitische wet is de ethische kant niet genoeg benadrukt. En de ethische filosofie in de islam is te abstract en te weinig toegepast om werkelijk een wet te zijn, omdat het woord ‘wet’ in de islam meer een ethische code is dan een wetssysteem zoals vandaag de dag veelal wordt gebruikt.”

Als u de ethische dimensie van de islam zo benadrukt, waar distantieert u zichzelf dan van?Jasser Auda: ”We onderscheiden tussen het kijken naar de islamitische wet in de vorm van de letter en in de vorm van haar doelstellingen, maqasid in het Arabisch. Wij denken dat we, zodra we naar de doelstellingen van de islamitische wet kijken in plaats van de letters, een noodzakelijke dynamiek geven aan de islamitische wet om om te kunnen gaan met de huidige veranderingen en verwachtingen van moslims en niet-moslims in de wereld van vandaag.”

Lees verder (in het Engels op de site van Qantara: http://en.qantara.de/We-Are-Calling-for-a-New-Interpretation-of-the-Koran/19594c20841i1p500/index.html

vrijdag 20 juli 2012

De haven van Zeebrugge werd Halal

Zeebrugge heeft als eerste haven aan de Europese westkust een halalcertificaat ontvangen, uitgereikt door de Halal Food Council of Europe. Zeebrugge hoopt zo een nieuwe markt aan te spreken. Terzake maakt er een reportage over. Klik hieronder om die te bekijken (vanaf 11:46)


Wie nog meer uitleg wil over de theologie, de economie en de regels van de Halal, kan natuurlijk nog steeds het MANAzine issue over Halal bestellen op www.manavzw.be


woensdag 4 juli 2012

De stad van de moskee

Op dinsdag 17 april 2012 was er de vernissage van de tentoonstelling "De stad van de Moskee", een uitloper van de samenwerking tussen het VAi en MANA rond het boek over nieuwe moskeeën in Vlaanderen. Het concept van de Doorzoninterieurarchitecten werd weerhouden.

De vernissage opende met een debat over het ontwerp van de architecten. De panelleden waren de Doorzoninterieurarchitecten zelf, Meryem Kanmaz (MANA), Cihan Bugdaci, Ergün Erkoçu (Concept 0031), Sami Zemni (UGent), Christoph Grafe en Katrien Vandermarliere (VAi). Je kan het debat hieronder bekijken.





Meer uitleg over het project van VAi


deSingel en het Vlaams Architectuurinstituut boden aan acht jonge architectenbureaus een platform aan om hun ideeën over architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp aan een breed publiek voor te stellen. De architecten krijgen de opdracht om al ontwerpend een onderzoek uit te werken dat oplossingen kan aanreiken voor prangende maatschappelijke vraagstukken en intellectueel uitdagende kwesties.

Het ontwerp voor een nieuwe wijkmoskee is voor Doorzon Interieurarchitecten een denkoefening over de Gentse binnenstad. Het delen van eenzelfde ruimte is het uitgangspunt voor een moskee aan de Vrijdagmarkt. De diversiteit van functies die een moskee omvat, speelt het architectenteam uit als een troef. Een park met waterpartijen, een theehuis, leslokalen, feestzaal en hamam sluiten aan op de Vrijdagmarkt, dieper in het parkt ligt de gebedsruimte. Doorzon Interieurarchitecten stelt een ontwerp voor dat een nieuw uitzicht, gebruik en stedelijke interactie teweegbrengt op de Vrijdagmarkt. Met tegelijkertijd aandacht voor functionaliteit en tactiliteit in het interieur. Voorbij de discussies van regelgeving en NIMBY-argumenten.

Caroline Lateur en Stefanie Everaert van Doorzoninterieurarchitecten sluiten het eerste seizoen af. Aan het begin van de eeuwwisseling werkten beiden in het atelier van Maarten Van Severen. In 2005 startten ze een eigen bureau. Hun jonge oeuvre getuigt van vakmanschap en maximale ruimtelijke impact. In hun verbouwingen en maatmeubilair combineren ze tactiliteit, experiment en verrassend kleurgebruik.

Het fotoboek "Nieuwe Moskeeën in Vlaanderen" is nog steeds te koop bij MANAvzw. Klik hier voor meer uitleg of om een exemplaar te bestellen. | Klik hier voor verdere uitleg over het project van de Doorzoninterieurarchitecten